ECLI:NL:CRVB:2006:AW3012
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.G. Kasdorp
- G.L.M.J. Stevens
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing pensioenaanvraag op grond van vestigingseis Garantiewet Surinaamse pensioenen bevestigd
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een pensioen op grond van de Garantiewet Surinaamse pensioenen, waarbij hij verklaarde zich sinds 30 juli 1994 in Nederland te hebben gevestigd. De Stichting wees het verzoek af omdat appellant niet voldeed aan de vestigingseis dat hij zich vóór 1 mei 1985 blijvend in Nederland moest vestigen. Het bezwaar werd aanvankelijk niet-ontvankelijk verklaard, waarna de Raad bepaalde dat een nieuwe beslissing op bezwaar moest worden genomen. De Stichting handhaafde de afwijzing en stelde dat geen gronden bestonden voor toepassing van de antihardheidsclausule.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, en in hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad overwoog dat appellant zich na de gestelde datum heeft gevestigd zonder medische of andere dwingende redenen die toepassing van de antihardheidsclausule rechtvaardigen. Appellants beroep op humanitaire redenen, zoals langdurige premiebetaling en financiële schrijnendheid, kon niet leiden tot afwijking van de wettelijke vestigingseis. De Raad benadrukte dat het aan de wetgever is om de voorwaarden te bepalen en dat de rechter de billijkheid van de wet niet mag toetsen.
De Raad wees tevens een verzoek om vergoeding van proceskosten af en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 6 april 2006.
Uitkomst: De afwijzing van het pensioenverzoek wordt bevestigd omdat appellant niet voldoet aan de vestigingseis en geen dwingende redenen voor toepassing van de antihardheidsclausule zijn aangetoond.