ECLI:NL:CRVB:2006:AW2420
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Weigering voorzieningen Algemene Oorlogsongevallenregeling wegens ontbreken oorlogsgeweld
Eiser, geboren in 1932 in het voormalige Nederlands-Indië, vroeg voorzieningen toegekend te krijgen op grond van de Algemene Oorlogsongevallenregeling (AOR) vanwege verwondingen die hij zou hebben opgelopen tijdens een bombardement op Soerabaya op 10 november 1945. Verweerster wees de aanvraag af omdat niet was komen vast te staan dat eiser door oorlogsgeweld was getroffen.
De Raad overwoog dat eiser bij eerdere aanvragen op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (WUBO) dit bombardement niet had genoemd, maar een arbeidsongeval uit 1944. Een verklaring van eisers zuster werd buiten beschouwing gelaten omdat zij in haar eigen WUBO-aanvraag geen melding maakte van het bombardement.
De Raad achtte het aanvaardbaar dat verweerster gebruik maakte van informatie uit het kader van de WUBO vanwege de verwantschap tussen de regelingen. De door eiser overgelegde verklaringen van derden konden onvoldoende bevestigen dat hij tijdens het bombardement was verwond.
Hoewel eiser tijdens de zitting opmerkte dat hij tijdens de Bersiap-periode moest onderduiken, was dit niet aan zijn aanvraag ten grondslag gelegd en niet bevestigd. De Raad verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding tot toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat niet is komen vast te staan dat eiser door oorlogsgeweld is getroffen.