ECLI:NL:CRVB:2006:AW2412
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- K. Zeilemaker
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Beoordeling functiewaardering inkomensconsulent na reorganisatie
Appellanten, voorheen bijstandsmaatschappelijk werkers, werden na een reorganisatie per 1 januari 2002 geplaatst in de functie van inkomensconsulent. De gemeente waardeerde deze functie in salarisschaal 8 met een totaalscore van 8 punten volgens het functiewaarderingssysteem. Appellanten stelden dat hun functie een hogere waardering verdiende, met name op de gezichtspunten aanvullende kennis en ervaring en handelingsvrijheid.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en oordeelde dat de waardering niet op onvoldoende gronden berustte. In hoger beroep handhaafde de Centrale Raad dit oordeel. De Raad benadrukte dat rechterlijke toetsing terughoudend moet zijn en vernietiging van de waardering alleen mogelijk is als deze onhoudbaar is. De Raad concludeerde dat de functie van inkomensconsulent geen extra kennis en ervaring vereist boven het basisniveau en dat het verplicht stellen van een module Algemene bijstandswet dit niet anders maakt.
Ook de toegekende score voor handelingsvrijheid werd als juist beoordeeld. De beslissingsbevoegdheid is duidelijk ingekaderd in wet- en regelgeving, en er is controle via steekproeven. De functie kent geen bijzondere vakspecialisatie of leidinggevende positie die een hogere score zou rechtvaardigen. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraken en wees de beroepen af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de functiewaardering van de inkomensconsulent bevestigd.