ECLI:NL:CRVB:2006:AW2115
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake herzieningsverzoek premievaststelling zonder nieuwe feiten
Gedaagde verzocht appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, om herziening van premievaststellingen over de jaren 1998 tot en met 2002, stellende dat zij teveel premies had afgedragen vanwege ploegendiensten. Appellant wees dit verzoek af wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.
De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het bestreden besluit. Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank de verkeerde wettelijke bepaling had toegepast en dat artikel 4:6 Awb Pro van toepassing was, dat herziening alleen toestaat bij nieuwe feiten of omstandigheden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat ook op grond van artikel 11, vierde lid, CSV nieuwe feiten of omstandigheden vereist zijn voor herziening. De gewijzigde jurisprudentie kan niet worden aangemerkt als nieuw feit. Daarom vernietigt de Raad de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van gedaagde wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.