ECLI:NL:CRVB:2006:AW2098
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verlaging WAO-uitkering wegens onjuiste medische grondslag
Appellant maakte bezwaar tegen de verlaging van zijn WAO-uitkering, die was gebaseerd op een medische beoordeling waarbij zijn arbeidsongeschiktheid was vastgesteld tussen 55 en 65 procent. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat onvoldoende medische stukken waren overgelegd die het oordeel van de verzekeringsartsen konden betwijfelen.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn arbeidsongeschiktheid op de datum in geschil tussen 80 en 100 procent had moeten worden vastgesteld. Psychiatrische rapporten gaven aan dat appellant slechts parttime inzetbaar was en dat een voorzichtige reïntegratie op therapeutische basis nodig was. De Raad oordeelde dat appellant ten onrechte geschikt was geacht voor een volledige werkweek, waardoor het besluit berustte op een onjuiste medische grondslag.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak en bepaalde dat het UWV een nieuwe beslissing op bezwaar moet nemen. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellant. Over eventuele schadevergoeding kan pas worden beslist nadat het nieuwe besluit is genomen.
Uitkomst: Het besluit tot verlaging van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV moet een nieuwe beslissing nemen.