ECLI:NL:CRVB:2006:AW1883
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- A. Beuker-Tilstra
- J.L.P.G. van Thiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging repatriëring militair wegens disfunctioneren ondanks discriminatieverwijten
Appellant, soldaat der eerste klasse, werd in het kader van een vredesoperatie uitgezonden naar Bosnië. De Commandant Landstrijdkrachten besloot tot zijn repatriëring wegens disfunctioneren, gebaseerd op gedragingen zoals onzorgvuldige omgang met het wapen, gebrek aan discipline en niet tijdig aanwezig zijn. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn gedragingen deels vóór uitzending plaatsvonden, niet ernstig genoeg waren, en dat hij werd gediscrimineerd vanwege zijn geloof.
De Raad overwoog dat de bevoegdheid tot repatriëring is gebaseerd op artikel 19 van Pro het Algemeen militair ambtenarenreglement en dat de beleidsregels van de Commandant binnen redelijke grenzen zijn vastgesteld. De gedragingen van appellant voldeden aan de omschrijving van disfunctioneren en vormden een veiligheidsrisico. Een onderzoek naar discriminatie wees uit dat er geen bewijs was voor discriminatie of racisme.
De Raad verwierp de grieven van appellant en oordeelde dat het dienstbelang prevaleert boven individuele belangen. Wel werd appellant tegemoetgekomen door af te zien van onmiddellijk ontslag, waardoor hij op reguliere wijze kon vertrekken. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het verzoek tot proceskostenvergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het besluit tot repatriëring van appellant wegens disfunctioneren wordt bevestigd ondanks zijn discriminatieklachten.