ECLI:NL:CRVB:2006:AW1841
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- A. Beuker-Tilstra
- J.L.P.G. van Thiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag groepsleider wegens arbeidsongeschiktheid na onvoldoende re-integratie-inspanningen
Betrokkene was groepsleider in vaste dienst bij de Rijksinrichting voor Jongens en werd vanaf 1 mei 2000 arbeidsongeschikt door psychische klachten. De bedrijfsarts adviseerde dat betrokkene alleen werkzaamheden zonder pupillencontact kon verrichten. Appellant verleende op grond van artikel 98 ARAR Pro ontslag per 1 mei 2002 wegens ongeschiktheid.
De rechtbank vernietigde dit ontslagbesluit omdat appellant onvoldoende had onderzocht of betrokkene binnen het gehele gezagsbereik passende arbeid kon krijgen. Appellant herstelde het dienstverband en startte een re-integratietraject dat leidde tot een nieuwe functie vanaf 1 januari 2006.
De Raad overweegt dat het ontslagbesluit niet zorgvuldig is genomen omdat het onderzoek naar passende arbeid onvoldoende was. De aanmelding bij het RHMO en het toezenden van vacatures buiten het gezagsbereik waren niet toereikend. Ook de begeleiding door het CLO vond pas na het ontslag plaats en valt niet onder het vereiste onderzoek.
De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en veroordeelt appellant in de proceskosten van betrokkene. Het besluit van 23 mei 2005 dat het dienstverband herstelde, wordt buiten dit geding gelaten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vernietiging van het ontslagbesluit wegens onvoldoende inspanningen voor passende arbeid en veroordeelt appellant in de proceskosten.