ECLI:NL:CRVB:2006:AW1617
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Beoordeling juistheid WAO-uitkeringsbesluit zonder arbeidskundig onderzoek
Betrokkene, sinds 1994 arbeidsongeschikt wegens luchtwegklachten en vermoeidheid, vorderde een hogere WAO-uitkering wegens vermeende toename van arbeidsongeschiktheid. Het UWV handhaafde de eerdere beoordeling van 15-25% arbeidsongeschiktheid, waarop betrokkene bezwaar en beroep instelde. De rechtbank vernietigde het besluit vanwege het ontbreken van een arbeidskundig onderzoek, maar oordeelde dat de gezondheidstoestand juist was ingeschat.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat het toepassingsbereik van artikel 39a WAO beperkt is tot situaties met een toename van medische beperkingen uit dezelfde ziekteoorzaak. Omdat het UWV geen toename had vastgesteld, was een arbeidskundig onderzoek niet vereist. Medische verklaringen van behandelaars en psychiaters boden onvoldoende objectivering van een verslechtering.
Voor klachten die niet uit dezelfde ziekteoorzaak voortvloeien, zoals schouderklachten, werd wel medisch en arbeidskundig onderzoek verricht, waarna de arbeidsongeschiktheid op 15-25% werd vastgesteld en bevestigd. De Raad vernietigde het eerdere oordeel dat een arbeidskundig onderzoek had moeten plaatsvinden en verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond, bevestigde het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank waar van toepassing.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV wordt bevestigd.