ECLI:NL:CRVB:2006:AW1584
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging overgang van onderneming bij vaststelling gedifferentieerde WAO-premie
Appellante, een onderneming die een hotel-café-restaurant exploiteert, stelde hoger beroep in tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) waarin de gedifferentieerde WAO-premie voor 2001 werd vastgesteld. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard omdat zij oordeelde dat sprake was van een overgang van onderneming in de zin van artikel 7:662 BW Pro, waardoor de premie correct was vastgesteld.
Appellante voerde aan dat het karakter van het hotel was gewijzigd, de inventaris slechts gedeeltelijk was overgenomen, de goodwill en handelsnaam geen waarde hadden, de klantenkring was veranderd, slechts één personeelslid was overgenomen en de exploitatie was onderbroken. Desondanks concludeerde de Raad, net als de rechtbank, dat de identiteit van de onderneming behouden was gebleven en dat de overgang van onderneming als bedoeld in artikel 7:662 BW Pro had plaatsgevonden.
De Raad vond de door appellante aangevoerde omstandigheden onvoldoende om het oordeel van de rechtbank te wijzigen. De feitelijke voortzetting van het hotelbedrijf, ondanks de verbouwing en wijzigingen, rechtvaardigde de bevestiging van het besluit tot vaststelling van de gedifferentieerde WAO-premie. De Raad wees een proceskostenveroordeling af en bevestigde de aangevallen uitspraak.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat sprake is van een overgang van onderneming en verklaart het hoger beroep ongegrond.