ECLI:NL:CRVB:2006:AW1311
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht en woonplaatswijziging
Appellanten ontvingen bijstand sinds 1988, maar het College stelde op basis van onderzoek vast dat zij gedurende de periode van 9 maart 2001 tot 30 november 2003 over vermogen en regelmatige inkomsten beschikten zonder dit te melden, waardoor de bijstand ten onrechte werd verstrekt. Het College blokkeerde aanvankelijk de uitkering per 1 december 2003 en herzag het recht op bijstand met ingang van 9 februari 2001, met terugvordering van de onterecht ontvangen bedragen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten gegrond voor het deel van de periode vóór 1 december 2003, omdat niet was vastgesteld dat zij gedurende die gehele periode boven de vermogensgrens zaten, maar oordeelde dat de uitkering terecht per 1 december 2003 was beëindigd vanwege het bezit van vermogen. Tevens werd vastgesteld dat appellanten hun inlichtingenplicht hadden geschonden door het niet melden van schenkingen en bezit van voertuigen, wat een grond is voor herziening en terugvordering.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het rapport van de sociale recherche als voldoende grondslag voor de conclusie dat appellanten geen recht hadden op bijstand gedurende de bestreden periode. Daarnaast stelt de Raad vast dat appellanten vanaf eind 2002 niet meer in de gemeente [woonplaats] woonden, maar in een andere gemeente, waardoor zij vanaf 29 december 2002 tot 30 november 2003 geen recht op bijstand hadden. De Raad bevestigt de intrekking en terugvordering van de bijstand over de gehele periode op deze gronden.
De Raad ziet geen dringende redenen voor het College om af te zien van intrekking of terugvordering en bevestigt de uitspraak van de rechtbank, zij het op deels andere gronden. De beslissing is genomen in het openbaar op 11 april 2006.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering wegens schending van de inlichtingenplicht en het ontbreken van de vereiste woonplaats.