ECLI:NL:CRVB:2006:AV7690
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.G. Kasdorp
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepasselijk rechtsregime en uitkeringspercentage bij periodieke uitkering vervolgingsslachtoffers
Eiser, erkend als vervolgde in 1991, kreeg aanvankelijk een periodieke uitkering toegekend per 1 september 1989, welke in 1992 werd ingetrokken en vervangen door een gunstigere uitkering op grond van artikel 21b, oud, Wuv. Eiser maakte bezwaar tegen het besluit van 8 december 2004 waarin het uitkeringspercentage werd vastgesteld op 60%, terwijl hij meende dat het oude percentage van 70% uit 1989 moest gelden.
De Raad overwoog dat de overgangsregeling uit 1991 alleen geldt voor uitkeringen die onafgebroken zijn doorgegaan sinds vóór 1 januari 1992. Omdat de periodieke uitkering van eiser in 1992 was ingetrokken en vervangen door een andere uitkering, kon deze regeling niet van toepassing zijn. Ook de toezeggingen in het omzettingsbesluit van 6 mei 1992 waren niet zodanig dat zij een recht op het oude percentage creëerden.
De Raad concludeerde dat het bestreden besluit rechtmatig is en dat het vertrouwensbeginsel niet zodanig is geschonden dat de wettelijke bepaling niet toegepast zou mogen worden. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het uitkeringspercentage van 60% wordt bevestigd.