ECLI:NL:CRVB:2006:AV7526
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit schatting WAO-uitkering met toepassing CBBS wegens onvoldoende motivering
Appellante, voormalig inpakster, ontving vanaf juni 2000 een WAO-uitkering wegens psychosomatische klachten met een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Na een herbeoordeling in 2002 stelde de verzekeringsarts een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) op, waarop arbeidsdeskundige functies selecteerde die een verlies aan verdiencapaciteit van minder dan 15% toonden. Gedaagde trok daarop de WAO-uitkering in.
In bezwaar en eerste aanleg werd dit besluit bevestigd. Appellante voerde aan dat haar beperkingen niet juist waren weergegeven en dat zij volledig arbeidsongeschikt was. In hoger beroep overwoog de Raad dat de medische verklaringen van haar psychiater niet betrekking hadden op de datum in geschil en dat de functies passend waren, mede gelet op het lage opleidingsniveau dat vereist was.
De Raad vernietigt het bestreden besluit vanwege onvoldoende motivering omtrent de passendheid van de functies, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Tevens veroordeelt de Raad gedaagde in de proceskosten en bepaalt vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd vanwege onvoldoende motivering, met instandhouding van de rechtsgevolgen.