ECLI:NL:CRVB:2006:AV6425
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging WW-uitkering wegens niet tijdig verlengen inschrijving bij CWI
Appellant was met ingang van 1 januari 2002 een WW-uitkering toegekend op basis van een gemiddeld arbeidsurenverlies van 40 uur per week. De uitkering werd met ingang van 24 maart 2003 gedurende 52 weken met 20% verlaagd omdat appellant zijn inschrijving bij de Centrale organisatie werk en inkomen (CWI) niet tijdig had verlengd, waardoor deze was beëindigd.
De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van appellant tegen deze maatregel ongegrond. De rechtbank stelde vast dat appellant niet had voldaan aan de verplichting uit artikel 26, eerste lid, aanhef en onder d, van de WW om zich als werkzoekende bij het CWI te registreren en die registratie tijdig te verlengen. Appellant kon niet aannemelijk maken dat de beëindiging van zijn inschrijving buiten zijn toedoen was gebeurd, noch was sprake van dringende redenen om van de maatregel af te zien.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad vond geen nieuwe feiten of argumenten die aanleiding zouden geven tot een ander oordeel. De Raad benadrukte dat het beroep op terugvordering van onverschuldigde betaling buiten het bestreden besluit valt en daarom niet in deze procedure wordt beoordeeld.
De Raad concludeert dat de verlaging van de WW-uitkering terecht is opgelegd en dat het hoger beroep ongegrond is, waarmee de uitspraak van de rechtbank standhoudt.
Uitkomst: De verlaging van de WW-uitkering wegens niet tijdig verlengen van de inschrijving bij het CWI wordt bevestigd.