ECLI:NL:CRVB:2006:AV6420
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing verzoek herziening WW-uitkeringsbesluit wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant heeft bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) een verzoek ingediend om terug te komen op een eerder genomen besluit tot toekenning van een WW-uitkering, met het verzoek de eerste werkloosheidsdag te wijzigen. Dit verzoek werd door het UWV afgewezen omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die een herziening rechtvaardigden.
De rechtbank Maastricht verklaarde het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond. De rechtbank oordeelde dat appellant de gegevens waarop het verzoek was gebaseerd, reeds had kunnen aanvoeren bij de oorspronkelijke besluitvorming en dat het UWV niet onredelijk had gehandeld.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en benadrukt dat een verzoek om terug te komen op een besluit alleen kan slagen indien sprake is van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden. De kennelijke onjuistheid van het oorspronkelijke besluit speelt hierbij geen beslissende rol. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de uitspraak van de rechtbank blijft in stand.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van het WW-uitkeringsbesluit wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.