ECLI:NL:CRVB:2006:AV6415

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
1 maart 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
05-2153 WW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • M.A. Hoogeveen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 24 WWArt. 8:75 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering WW-uitkering wegens niet aanvaarden passende arbeid

Appellante had een arbeidsovereenkomst bij de PC Zorggroep Rijnmond die op 9 februari 2004 eindigde. Na het einde van deze overeenkomst vroeg zij een WW-uitkering aan. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) weigerde de uitkering blijvend geheel omdat appellante een aangeboden passende arbeidsovereenkomst tot 0 mei 2004 niet had aanvaard. Appellante wilde een contract tot 20 november 2004, wat niet werd gehonoreerd.

Na bezwaar handhaafde het UWV het besluit van weigering. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep werd dit oordeel bevestigd. De Raad vond geen nieuwe argumenten die het eerdere oordeel konden wijzigen en onderschreef de motivering van de rechtbank.

De Raad concludeerde dat de weigering van de WW-uitkering terecht was en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd op 1 maart 2006 in het openbaar gegeven door mr. M.A. Hoogeveen.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering wegens het niet aanvaarden van passende arbeid.

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R
05/2153 WW
U I T S P R A A K
in het geding tussen
[appellante], wonende te [woonplaats], appellante,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Namens appellante is drs. P. Crnogorac op bij het beroepschrift aangevoerde gronden in hoger beroep gekomen van de door de rechtbank Rotterdam op 11 maart 2005 tussen partijen gewezen uitspraak, reg.nr. WW 04/2768, waarnaar hierbij wordt verwezen.
Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.
Het geding is behandeld ter zitting van 18 januari 2006, waar van partijen alleen gedaagde is verschenen, vertegenwoordigd door G.J. Samsom, werkzaam bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
II. MOTIVERING
De Raad stelt voorop dat het in dit geding aan de orde zijnde geschil wordt beoordeeld aan de hand van de Werkloosheidswet (WW) en de daarop berustende bepalingen, zoals die luidden ten tijde als hier van belang.
Aan de arbeidsovereenkomst van appellante en de PC Zorggroep Rijnmond is door het verstrijken van de tijd waarvoor deze was aangegaan, op 9 februari 2004 een einde gekomen. Op de aanvraag van een WW-uitkering heeft gedaagde bij besluit van 15 maart 2004 beslist dat die uitkering haar blijvend geheel werd geweigerd op de grond dat zij had nagelaten passende arbeid te aanvaarden. Haar werkgever had haar tevoren een arbeidsovereenkomst tot 0 mei 2004 aangeboden, welk aanbod appellante niet heeft aanvaard. Zij wenste een overeenkomst die zou eindigen op 20 november 2004. Na gemaakt bezwaar heeft gedaagde dat standpunt bij het bestreden besluit van 12 augustus 2004 gehandhaafd. Verwezen is naar de verplichting van artikel 24, eerste lid, aanhef en onder b, ten derde, van de WW.
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit gemotiveerd ongegrond verklaard. De Raad deelt het oordeel van de rechtbank en onderschrijft de overwegingen van de aangevallen uitspraak.
Hetgeen namens appellante in hoger beroep is aangevoerd bevat vergeleken bij het gestelde in eerste aanleg geen nieuwe argumenten. Die argumenten zijn, als gezegd, door de rechtbank op goede gronden verworpen en behoeven derhalve geen bespreking meer.
Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, concludeert de Raad dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
Voor een proceskostenveroordeling op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht acht de Raad geen termen aanwezig.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus gegeven door mr. M.A. Hoogeveen in tegenwoordigheid van L. Karssenberg als griffier en uitgesproken in het openbaar op 1 maart 2006.
(get.) M.A. Hoogeveen.
(get.) L. Karssenberg.
21/02
BdH