ECLI:NL:CRVB:2006:AV6403
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Geen recht op herleving WW-uitkering na werkzaamheden in het buitenland
Verzoeker had een aanvraag ingediend voor herleving van zijn WW-uitkering na werkzaamheden in Mozambique. Gedaagde, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, wees dit af omdat verzoeker langer dan zes maanden niet als werknemer had gewerkt, wat volgens de wet het recht op herleving uitsluit.
Verzoeker stelde dat gedaagde het vertrouwensbeginsel had geschonden door in een brief van 8 mei 2003 onjuiste verwachtingen te wekken over de herlevingstermijn. De voorzieningenrechter oordeelde dat deze brief slechts informatie gaf over het behoud van uitkering tijdens verblijf in Mozambique, niet over het werken aldaar.
De voorzieningenrechter concludeerde dat er geen uitdrukkelijke, ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke toezegging was gedaan die het dwingendrechtelijke voorschrift zou kunnen laten buiten toepassing. Het verzoek tot voorlopige voorziening werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
De zaak illustreert de strikte toepassing van dwingendrechtelijke bepalingen in het socialezekerheidsrecht en het belang van duidelijke communicatie door uitvoeringsinstanties.
Uitkomst: Het verzoek tot herleving van de WW-uitkering wordt afgewezen wegens werkzaamheden in het buitenland langer dan zes maanden en ontbreken van een onvoorwaardelijke toezegging.