ECLI:NL:CRVB:2006:AV6299
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschiktheid voor eigen werk als WVG-consulente ondanks amputatie en fantoompijn
Appellante, die sinds haar 17e een bovenbeensamputatie heeft en fantoompijn ervaart, werkte als consulente WVG bij de gemeente. Na ziekte-uitval in december 2001 werd haar WAO-uitkering geweigerd omdat zij volgens medisch onderzoek geschikt was voor haar eigen werk voor 27 uur per week.
De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige concludeerden dat appellante ondanks haar beperkingen haar functie kon vervullen. Appellante stelde dat zij vanwege haar handicap en medische situatie slechts 20 uur per week kon werken, maar bracht geen medisch onderbouwde verklaring aan ter ondersteuning.
De Raad oordeelde dat de fantoompijnen een fysiologische reactie op spanning zijn en niet als ziekte in de zin van de WAO gelden. Ook waren er geen aanwijzingen voor psychiatrische pathologie of significante cognitieve beperkingen. De eerdere uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geschikt is voor haar werk als WVG-consulente voor 27 uur per week en wijst het hoger beroep af.