ECLI:NL:CRVB:2006:AV6293
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WAO-uitkering wegens ongeschiktheid geselecteerde functies
Appellante werd door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) geweigerd een WAO-uitkering toe te kennen wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De bezwaarprocedures leidden tot bevestiging van dit besluit, waarbij drie functies als passend werden beschouwd. In hoger beroep stelde appellante dat één van deze functies, brugwachter, ongeschikt was vanwege het vereiste diploma en fysieke belasting.
De Raad stelde vast dat de functie brugwachter inderdaad ongeschikt was voor appellante en dat daardoor de schatting van arbeidsongeschiktheid niet berustte op het vereiste minimum van drie functies. De medische rapporten van diverse specialisten bevestigden de beperkingen van appellante, maar onderschreven de geschiktheid van de overige functies.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat het Uwv een nieuw besluit moet nemen, waarbij ook aandacht moet worden besteed aan het verzoek om schadevergoeding. Het verzoek om schadevergoeding werd op dit moment afgewezen wegens onvoldoende inzicht in de schade. De Raad veroordeelde het Uwv tot vergoeding van proceskosten in eerste aanleg en het betaalde griffierecht.
De beoordeling richtte zich op de situatie op de data van 4 september 2000 en 14 februari 2001, waarbij latere wijzigingen in de gezondheidstoestand buiten beschouwing bleven. De overige aspecten van de aangevallen uitspraak werden bevestigd.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot weigering van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het Uwv dient een nieuw besluit te nemen.