ECLI:NL:CRVB:2006:AV6149
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering wegens onjuiste belastbaarheid en proceskostenveroordeling
Appellante heeft in hoger beroep bezwaar gemaakt tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) om haar WAO-uitkering te herzien van 80-100% naar 25-35% arbeidsongeschiktheid. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en het standpunt van het UWV gevolgd, zowel medisch als arbeidskundig.
In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat zij op medische gronden helemaal niet kan werken. De door de Raad ingeschakelde deskundige, prof. Van Tilburg, concludeerde dat appellante lijdt aan een chronische ernstige depressieve stoornis met ernstige beperkingen, waardoor de belastbaarheid voor arbeid onjuist was vastgesteld. Het UWV heeft het standpunt over de belastbaarheid niet langer gehandhaafd.
De Raad volgt het deskundigenoordeel en vernietigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank omdat deze in strijd zijn met artikel 18 van Pro de WAO. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten voor zowel eerste aanleg als hoger beroep en vergoedt het betaalde griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.