ECLI:NL:CRVB:2006:AV6119
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens arbeidsvermogen
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen om haar geen WAO-uitkering toe te kennen vanaf 25 maart 2002. De rechtbank Maastricht had deze weigering eerder bevestigd. In hoger beroep heeft appellante geen nieuwe, wezenlijke argumenten aangevoerd die tot een ander oordeel konden leiden.
De Raad heeft overwogen dat er geen overschrijdingen zijn geconstateerd in de functies die appellante zou kunnen vervullen. Ook de brief van de osteopaat, overgelegd in hoger beroep, bevat geen aanwijzingen dat appellante op de relevante datum niet in staat was arbeid te verrichten.
Daarom is het hoger beroep ongegrond verklaard en is de weigering van de WAO-uitkering bevestigd. De Raad zag geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de WAO-uitkering bevestigd.