ECLI:NL:CRVB:2006:AV5898
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging privaatrechtelijke arbeidsverhouding na aandelenoverdracht en naheffing sociale premies
Appellante, een assurantiebemiddelingsbedrijf, voerde hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Alkmaar die oordeelde dat de arbeidsverhouding tussen appellante en haar voormalig directeur-grootaandeelhouder als privaatrechtelijke dienstbetrekking moest worden aangemerkt. De voormalige directeur had zijn aandelen overgedragen aan een andere directeur-grootaandeelhouder, maar bleef op basis van een financiële vergoedingsovereenkomst werkzaamheden verrichten.
De rechtbank had geoordeeld dat sprake was van een persoonlijke arbeidsverrichting en betaling van loon, mede omdat de zeggenschap over appellante na aandelenoverdracht bij de nieuwe directeur-grootaandeelhouder lag. De werkzaamheden van de voormalig directeur waren onderdeel van de reguliere bedrijfsvoering en vonden plaats binnen het bedrijfspand, wat een gezagsverhouding aannemelijk maakte.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak en oordeelde dat de vergoeding die de voormalig directeur ontving als loon moest worden beschouwd, ook al werd deze betaald via een holding. De Raad stelde dat de verzekeringsplicht van rechtswege ontstaat en dat de intentie van partijen daarbij niet doorslaggevend is. Er was geen aanleiding om de naheffing sociale premies en opgelegde boetenota's te vernietigen.
De Raad zag verder geen reden voor een proceskostenveroordeling en sprak het vonnis uit in het openbaar op 9 maart 2006.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat sprake is van een privaatrechtelijke arbeidsverhouding en dat de naheffing sociale premies terecht is.