ECLI:NL:CRVB:2006:AV5877

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
9 maart 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
04/6208 OSV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 97l WerkloosheidswetArt. 97m WerkloosheidswetArt. 52 Organisatiewet sociale verzekeringen 1997Art. 53 Organisatiewet sociale verzekeringen 1997
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling van terugwerkende kracht bij uitschrijving agrarisch bedrijf in sectorindeling

Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de indelingsbeslissing waarbij haar onderneming per 1 januari 2004 werd uitgeschreven bij sector 1, agrarisch bedrijf. Zij stelde dat zij nooit agrarische werkzaamheden heeft verricht en wenste uitschrijving met ingang van haar inschrijving bij de Kamer van Koophandel in 2001 of uiterlijk 2003.

Verweerder handhaafde het besluit op grond van beleidsregels die bepalen dat sectorindelingen per 1 januari of 1 juli van enig jaar plaatsvinden en dat terugwerkende kracht voor een datum vóór 1 januari 2004 niet wordt verleend, tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn. De Raad sloot zich aan bij deze beleidslijn en oordeelde dat het verzoek van eiseres, dat pas in september 2003 werd ingediend, terecht leidde tot uitschrijving per 1 januari 2004.

De Raad concludeerde dat het beroep niet slaagt en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak bevestigt het belang van het gehanteerde datumbeleid bij sectorindelingen in het sociale zekerheidsrecht en beperkt de mogelijkheid tot terugwerkende kracht.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de uitschrijving bij sector 1 agrarisch bedrijf blijft per 1 januari 2004 gehandhaafd.

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R
04/6208 OSV
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[naam bedrijf] B.V. te [vestigingspla[naam]oorheen [vorige bedrijfsnaam] te [vestigingsplaats], eiseres,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder.
?. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Bij besluit van 29 september 2004 heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen de indelingsbeslissing van 6 mei 2004, ongegrond verklaard.
Tegen dit besluit heeft mr. B.M. du Bosc, werkzaam bij Liekens & Co Accountants en Belastingadviseurs te Rotterdam, namens eiseres beroep ingesteld bij de Raad.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Bij fax van 28 september 2005 heeft mr. Du Bosc de Raad bericht eiseres niet langer te vertegenwoordigen.
Het geding is behandeld ter zitting van de Raad, gehouden op 29 september 2005, waar namens eiseres is verschenen [naam], terwijl verweerder niet is verschenen.
Het geding is opnieuw behandeld ter zitting van de Raad, gehouden op 30 januari 2006, waar eiseres zoals tevoren schriftelijk bericht niet is verschenen, terwijl verweerder zich heeft doen vertegenwoordigen door R.J.L. van Wijk, werkzaam bij de Belastingdienst.
??. MOTIVERING
Bij het bestreden besluit van 29 september 2004 heeft verweerder gehandhaafd zijn indelingsbesluit van 6 mei 2004 waarbij eiseres is medegedeeld dat haar onderneming met ingang van 1 januari 2004 dient te worden uitgeschreven bij sector 1. Agrarisch bedrijf. Verweerder heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat geen bijzondere omstandigheden aanwezig zijn om aan de uitschrijving bij voornoemde sector verdergaande terugwerkende kracht te verlenen.
In beroep heeft eiseres zich evenals in bezwaar op het standpunt gesteld het weliswaar eens te zijn met de uitschrijving bij sector Agrarisch bedrijf, maar zich niet te kunnen verenigen met de datum van uitschrijving. Daartoe heeft eiseres aangevoerd dat zij zich nimmer heeft beziggehouden met agrarische werkzaamheden en zij om die reden uitschrijving bij voornoemde sector wenst met ingang van datum inschrijving bij de Kamer van Koophandel 22 februari 2001 dan wel met ingang van 2003.
Ingevolge de artikelen 97l en 97m van de Werkloosheidswet (voorheen gebaseerd op de artikelen 52 en 53 van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997) is verweerder verantwoordelijk voor het indelen dan wel herindelen van werkgevers bij sectoren. Met betrekking tot het nemen van beslissingen inzake de indeling van werkgevers heeft verweerder beleidsregels geformuleerd die zijn neergelegd in het Besluit datumbeleid indelingen (Besluit van het Lisv van 4 maart 1998, Stcrt. 1998, 51).
Deze beleidsregels luiden, voor zover van belang, als volgt:
“a. Wanneer overgang van een werkgever naar een andere sector dan de sector waarbij die werkgever is aangesloten is aangewezen, vindt deze overgang zo spoedig mogelijk plaats per 1 januari of 1 juli van enig jaar, mits vóór de betreffende datum een schriftelijke indelingsbeslissing aan de betrokken werkgever is gezonden.
b. Wanneer een werkgever zelf verzoekt om de juistheid van de op dat moment voor hem geldende indeling te bezien dan wel gericht verzoekt om herindeling naar een andere sector, gelden eveneens de data 1 januari of 1 juli direct volgend op de datum waarop de werkgever zijn verzoek heeft gedaan.
d. Indelen van een werkgever met terugwerkende kracht tot een datum gelegen vóór de onder a en b en de daaraan onder c gekoppelde data kan plaatsvinden zowel ten voor- als ten nadele van de betrokken werkgever. Ten voordele: dit kan zich voordoen bijvoorbeeld als in het verleden is nagelaten na een daartoe strekkend verzoek van een werkgever of na melding van een wijziging in de bedrijfsvoering een indelingsonderzoek in te stellen en achteraf komt vast te staan dat reeds toen herindeling aangewezen zou zijn geweest.”.
Ten aanzien van het verzoek van eiseres om indeling met terugwerkende kracht tot een datum gelegen vóór 1 januari 2004 verwijst de Raad naar hetgeen verweerder hierover in het bestreden besluit heeft overwogen en sluit zich daarbij aan. De Raad voegt hier nog aan toe, dat gelet op het eerst in september 2003 daartoe strekkende verzoek van eiseres, verweerder in overeenstemming met het te hanteren datumbeleid terecht met ingang van 1 januari 2004 tot uitschrijving van eiseres bij sector 1. Agrarisch bedrijf is overgegaan.
Gelet op het vorenstaande kan het beroep van eiseres niet slagen.
De Raad ziet geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling.
???. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het beroep ongegrond.
Aldus gegeven door mr. G. van der Wiel, in tegenwoordigheid van mr. A. Kovács als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 9 maart 2006.
(get.) G. van der Wiel.
(get.) A. Kovács.