ECLI:NL:CRVB:2006:AV5282
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C.M. van Laar
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Vaststelling redelijke winstverdeling tussen echtgenoten voor WAO-terugvordering
Appellant ontving een WAO-uitkering die later werd ingetrokken vanwege een lagere mate van arbeidsongeschiktheid. Gedaagde vorderde terugbetaling van onverschuldigde uitkeringen, waarbij de inkomsten uit het koeriersbedrijf van appellant en zijn echtgenote werden verdeeld volgens een 90/10-verdeelsleutel. Appellant betwistte deze verdeling en stelde dat de werkzaamheden van zijn echtgenote ondergewaardeerd waren.
De rechtbank en de Raad oordeelden dat bijzondere omstandigheden een afwijking van de fiscale winstverdeling rechtvaardigen, maar de gehanteerde 90/10-verdeling onvoldoende was gemotiveerd. Het opsporingsonderzoek richtte zich vooral op appellant en onderzocht niet voldoende de arbeidsinbreng van zijn echtgenote.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en het vonnis van de rechtbank en beval gedaagde tot een nader onderzoek en een nieuw besluit op bezwaar. Tevens werden de proceskosten aan appellant toegekend.
Uitkomst: Het bestreden besluit en de uitspraak worden vernietigd en gedaagde wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met nader onderzoek naar de winstverdeling.