ECLI:NL:CRVB:2006:AV5216

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
10 maart 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
05-3729 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J. Janssen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 21 BeroepswetArt. 22, vijfde lid, Beroepswet
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling UWV in proceskosten na intrekking hoger beroep wegens nieuwe beslissing op bezwaar

In deze zaak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank. Bij brief van 22 december 2005 heeft de gemachtigde van verzoeker het hoger beroep ingetrokken omdat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) met een nieuwe beslissing op bezwaar van 14 december 2005 geheel aan de bezwaren van verzoeker is tegemoet gekomen.

De Raad heeft vastgesteld dat de rechtbank reeds had beslist over de proceskosten van de eerdere procedure, zodat thans alleen de in hoger beroep gemaakte proceskosten ter beoordeling stonden. Gezien de intrekking van het hoger beroep en de tegemoetkoming van het UWV acht de Raad het redelijk om het UWV te veroordelen in de proceskosten van verzoeker.

De proceskosten zijn begroot op €322, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Tevens wijst de Raad erop dat verzoeker zich rechtstreeks tot het UWV kan wenden voor vergoeding van het griffierecht. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer en is onherroepelijk.

Uitkomst: Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wordt veroordeeld tot betaling van €322 aan proceskosten aan verzoeker.

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R
05/3729 WAO
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 21 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht inzake de kosten van het geding tussen:
[verzoeker] wonende te [woonplaats], appellant, thans verzoeker,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde.
I. INLEIDING
Bij schrijven van 22 december 2005 heeft mr. K. de Bie, advocaat te [woonplaats], als gemachtigde van verzoeker het door hem ingestelde hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht gedaagde in de proceskosten te veroordelen.
Gedaagde heeft de Raad bericht geen gebruik te maken van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Elk der partijen heeft, desgevraagd, schriftelijk toestemming verleend voor afdoening buiten zitting.
II. MOTIVERING
Nu het hoger beroep is ingetrokken omdat gedaagde met de nieuwe beslissing op bezwaar van 14 december 2005 geheel aan de bezwaren van verzoeker is tegemoet gekomen, is er aanleiding om gedaagde met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) te veroordelen in de kosten van verzoeker.
Aangezien de rechtbank bij de aangevallen uitspraak van 2 mei 2005 reeds ten aanzien van de proceskosten in verband met de procedure in beroep heeft beslist, staan thans slechts de in hoger beroep gemaakte kosten ter beoordeling.
Voor wat betreft de proceskosten in hoger beroep acht de Raad termen aanwezig om van de in artikel 8:75 van Pro de Awb gegeven bevoegdheid gebruik te maken. Gedaagde wordt veroordeeld in de kosten van verleende rechtsbijstand in hoger beroep, welke met inachtneming van het Besluit proceskosten bestuursrecht zijn begroot op € 322,--.
Voorts merkt de Raad nog op dat uit het bepaalde in artikel 22, vijfde lid, van de Beroepswet volgt dat verzoeker zich met een verzoek om vergoeding van het griffierecht rechtstreeks tot gedaagde kan wenden.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Veroordeelt gedaagde in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag groot € 322,--, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan de griffier van de Raad.
Aldus gegeven door mr. J. Janssen, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 10 maart 2006.
(get.) J. Janssen.
(get.) D.W.M. Kaldenhoven.
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.