ECLI:NL:CRVB:2006:AV4716
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor eenmalige entreekosten bewindvoerder
Appellante, een uitkeringsgerechtigde onder de Algemene bijstandswet (Abw), verzocht bijzondere bijstand voor eenmalige entreekosten en maandelijkse beloningskosten van haar bewindvoerder. De gemeente Amsterdam kende alleen de maandelijkse beloning toe en wees de entreekosten af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat de entreekosten niet konden worden gerekend tot de noodzakelijke kosten uit bijzondere omstandigheden zoals bedoeld in artikel 39 Abw Pro. Ook was er geen afwijkende regeling getroffen voor de beloning van de bewindvoerder volgens artikel 1:447 BW Pro. De Raad oordeelde dat de forfaitaire vergoeding voor de bewindvoering passend was en dat appellante niet tekort was gedaan.
De Raad nam ook kennis van een brief van de kantonrechter Haarlem over tarieven voor bewindvoerders, maar stelde dat deze niet relevant was voor de situatie per 2002. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De bijzondere bijstand voor eenmalige entreekosten van de bewindvoerder wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.