ECLI:NL:CRVB:2006:AV4682
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Beoordeling redelijkheid weigering voortzetting tijdelijk dienstverband ambtenaar
Appellante was tijdelijk aangesteld als Senior beleidsadviseur bij de provincie Noord-Holland en kreeg een eerste beoordeling met het eindoordeel 'voldoende', maar met benoemde verbeterpunten. Haar tijdelijke aanstelling werd verlengd omdat zij nog niet voldeed aan de functie-eisen en om organisatorische redenen een kans te krijgen. Uit gesprekken en beoordelingen bleek dat haar functioneren niet naar tevredenheid was en dat er sprake was van een mismatch tussen haar capaciteiten en de functie.
Gedaagden besloten de tijdelijke aanstelling niet te verlengen en baseerden dit op eerdere beoordelingen en gesprekken. Appellante voerde aan dat onduidelijk was welke eisen aan haar werden gesteld en dat organisatorische gebreken haar functioneren beïnvloedden. De Raad oordeelde dat de functie-eisen voldoende duidelijk waren gemaakt en dat het bestuursorgaan redelijkerwijs mocht concluderen dat appellante niet aan de eisen voldeed.
De Raad nam mee dat appellante gedurende de verlenging gelegenheid had om ander werk te zoeken en dat de verlenging mede bedoeld was ter compensatie van organisatorische tekortkomingen. De rechtbank had het besluit deels vernietigd, maar de Raad bevestigde het besluit voor zover het ging om de weigering het dienstverband voort te zetten. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het bestuursorgaan in redelijkheid mocht besluiten het tijdelijke dienstverband niet voort te zetten.