ECLI:NL:CRVB:2006:AV4227
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- M.C.M. van Laar
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Beoordeling medische grondslag en arbeidsongeschiktheid bij WAO-uitkering
Gedaagde, werkzaam als kapster, meldde zich ziek wegens bekkeninstabiliteit en kreeg aanvankelijk geen WAO-uitkering omdat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. Na bezwaar werd een uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 15 tot 25%. De rechtbank vernietigde dit besluit vanwege onvoldoende medisch onderzoek en motivatie.
In hoger beroep stelde appellant dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat er geen reden was gedaagde opnieuw te onderzoeken, ondanks aanvullende klachten die gedaagde later aanvoerde. Gedaagde bracht nieuwe medische informatie in over klachten die al jaren bestonden, maar de Raad oordeelde dat deze informatie geen concrete aanwijzingen gaf dat haar beperkingen op de datum in geding groter waren dan vastgesteld.
De Raad concludeerde dat het bestreden besluit nu voldoende is gemotiveerd en dat de arbeidskundige beoordeling juist is. De rechtbank had terecht het besluit vernietigd vanwege gebrekkige motivering, maar appellant heeft dit in hoger beroep adequaat aangevuld. De Raad vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank voor zover het appellant opdroeg een nieuw besluit te nemen, bevestigt het verder en veroordeelt appellant in de proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit berust op een voldoende medische grondslag en wordt in stand gelaten; het vonnis van de rechtbank wordt deels vernietigd.