ECLI:NL:CRVB:2006:AV3285
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.G. Kasdorp
- H.R. Geerling-Brouwer
- G.F. Walgemoed
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag gelijkstelling vervolgingsslachtoffer wegens ontbreken vervolging
Eiser, geboren in 1933 te Kupang, vroeg in 2004 om erkenning als vervolgingsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. Hij stelde dat hij en zijn familie tijdens de Japanse bezetting moesten vluchten, zijn vader werd geïnterneerd en overleed kort daarna, en dat hij zelf in moeilijke omstandigheden in Indonesië achterbleef.
Verweerster wees de aanvraag af omdat niet kon worden vastgesteld dat eiser vervolging in de zin van de Wet had ondergaan, noch dat hij in omstandigheden verkeerde die vergelijkbaar zijn met vervolging. De Raad toetste dit besluit terughoudend vanwege de discretionaire beleidsvrijheid van verweerster.
De Raad concludeerde dat de door eiser aangevoerde omstandigheden onvoldoende verband houden met het doel van de Wet en dat het overlijden van zijn vader niet als gevolg van vervolging kon worden vastgesteld. Ook waren er geen uitzonderlijke omstandigheden die een gelijkstelling rechtvaardigen.
Daarom verklaarde de Raad het beroep ongegrond en wees de aanvraag af. Tevens werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de aanvraag tot gelijkstelling als vervolgingsslachtoffer wordt afgewezen.