ECLI:NL:CRVB:2006:AV2731
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.Th. Wolleswinkel
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontheffing en functietoewijzing wegens verstoorde arbeidsverhouding binnen defensie
Appellant, sergeant-majoor bij een onderdeel van defensie, werd in 2004 ontheven van zijn functie vanwege een verstoorde arbeidsverhouding met zijn compagniescommandant. De Commandant Landstrijdkrachten wees hem een andere functie toe, wat appellant aanvocht omdat hij meende ten onrechte niet binnen zijn onderdeel te zijn herplaatst.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Vervolgens wijzigde gedaagde enkele besluiten over de functietoewijzing, waarop appellant hoger beroep instelde. De Raad overwoog dat het organisatiebelang zwaarder woog dan het persoonlijke belang van appellant, vooral vanwege de noodzaak van vertrouwen binnen het korps.
De Raad stelde vast dat er geen sprake was van een vertrouwensbreuk met het gehele onderdeel, maar dat de conflicten en spanningen het minder wenselijk maakten appellant binnen het onderdeel te plaatsen. Ook de nadere functietoewijzing werd gerechtvaardigd vanwege een zwaarwegend dienstbelang en het ontbreken van aantoonbare schade voor appellant.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het besluit tot functietoewijzing bevestigd.