ECLI:NL:CRVB:2006:AV2581
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging privaatrechtelijke dienstbetrekking bij uitzendarbeid en verzekeringsplicht
Appellante, een uitzend- en detacheringsbureau, stelde vanaf 2001 interim-personeel ter beschikking aan derden die de werkzaamheden organiseerden en toezicht hielden. Gedaagde stelde op basis van een looncontrole vast dat de betrokkenen verzekeringsplichtig waren, omdat voldaan werd aan de criteria van artikel 7:610 en Pro 7:690 BW, en legde correcties en boetes op.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat sprake was van een privaatrechtelijke dienstbetrekking waarbij het werkgeversgezag deels bij de inlener lag. Appellante betwistte dit en stelde dat het ontbreken van gezag aan haar zijde een privaatrechtelijke dienstbetrekking uitsloot.
De Raad overwoog dat de betrokkenen persoonlijk arbeid verrichtten, dat appellante loon betaalde en dat de werkzaamheden onder toezicht en leiding van de derde werden verricht. Dit leidde tot de conclusie dat de situatie kwalificeert als een uitzendovereenkomst volgens artikel 7:690 BW Pro en daarmee een verzekeringsplichtige arbeidsverhouding volgens artikel 3 van Pro de sociale werknemersverzekeringswetten.
Ten aanzien van de boetenota stelde de Raad dat grove schuld of opzet bij onvolledige loonopgave kan worden aangenomen, tenzij de werkgever aannemelijk maakt dat de overtreding niet aan hem te wijten is. Appellante slaagde hier niet in. De Raad bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank en wees het beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat sprake is van een privaatrechtelijke dienstbetrekking en verzekeringsplicht en wijst het beroep van appellante af.