ECLI:NL:CRVB:2006:AV2551
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wegens ontbreken van invaliditeit
Eiser, geboren in 1934, vroeg erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van gezondheidsklachten die hij toeschrijft aan zijn ervaringen tijdens de Japanse bezetting en de Bersiap-periode in voormalig Nederlands-Indië. Verweerster wees de aanvraag af omdat, hoewel eiser oorlogsgeweld had ondervonden, niet was voldaan aan de eis van blijvende invaliditeit door lichamelijk of psychisch letsel.
De Raad baseerde zich op medische adviezen van artsen Maas en Hoornstra-Deurloo, die stelden dat er weliswaar sprake was van enkele kenmerken van PTSS, maar dat deze niet leidden tot invaliditeit in de zin van de Wet. Ook de lichamelijke klachten van eiser konden niet aan de oorlogservaringen worden toegeschreven.
Het rapport van arts Laatsch bevestigde dat eiser psychische klachten had zoals slecht slapen en nachtmerries, maar dat deze overdag weinig hinder veroorzaakten. Informatie van een psychotherapeut bevestigde deze bevindingen zonder wezenlijke afwijkingen. De Raad zag daarom geen aanleiding voor nader psychiatrisch onderzoek.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De Raad vond het bestreden besluit deugdelijk gemotiveerd en voldoende onderbouwd door medische gegevens.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van invaliditeit door psychisch of lichamelijk letsel.