ECLI:NL:CRVB:2006:AV2396
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C.M. van Laar
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en vernietiging besluit UWV wegens schattingsmethode
Appellant, voormalig consulent bij het arbeidsbureau, vorderde herbeoordeling van zijn arbeidsongeschiktheid. Na diverse procedures en medische beoordelingen, waaronder van psychiater Oppedijk en verzekeringsarts Niemeijer, werd vastgesteld dat appellant ongeschikt was voor zijn eigen werk maar wel in staat was enkele functies te vervullen. De arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld tussen 35% en 55%, afhankelijk van de procedure.
De rechtbank en de Raad oordeelden dat de rugklachten van appellant pas na de peildatum waren ontstaan en onvoldoende medisch onderbouwd waren voor een hogere mate van arbeidsongeschiktheid. De Raad bevestigde dat de functies die appellant kon vervullen binnen de beperkingen vielen en dat de medische en arbeidskundige grondslagen juist waren toegepast.
Echter, de Raad stelde vast dat het gebruikte claimbeoordelings- en borgingssysteem (CBBS) onvolkomenheden vertoonde, zoals het niet zichtbaar maken van markeringen in de geprinte versies, waardoor controle op de juiste toepassing bemoeilijkt werd. Hierdoor werd het besluit van 23 december 2003 vernietigd, maar de rechtsgevolgen bleven in stand. Tevens werden proceskosten aan appellant toegekend.
Uitkomst: Besluit van 23 december 2003 wordt vernietigd wegens onvolkomenheden in de schattingsmethode, rechtsgevolgen blijven in stand en proceskosten worden aan appellant toegewezen.