ECLI:NL:CRVB:2006:AV2170
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WAZ-uitkering wegens ondeugdelijke motivering en voorbereiding
Appellante, een voormalig zelfstandig caféhoudster, diende een aanvraag in voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ). Het UWV weigerde de uitkering omdat zij op de datum in geding minder dan 25% arbeidsongeschikt zou zijn. Zowel het primaire besluit als het bezwaar werden door de rechtbank Maastricht bevestigd.
In hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat de datum in geding 29 juli 2000 is, en niet 1 augustus 2000 zoals de rechtbank aannam. De medische beoordeling door verzekeringsartsen Bruning en Jonker stond niet ter discussie, maar de omzetting van de functionele beperkingen van appellante van de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) naar het FIS-formulier was onvoldoende gemotiveerd en vertoonde opvallende verschillen.
De Raad oordeelde dat het besluit onzorgvuldig was voorbereid en ondeugdelijk gemotiveerd, in strijd met de artikelen 3:2 en 7:12 Awb. Daarom werd het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank vernietigd. Het UWV werd opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van de juiste omzetting van belastbaarheid en de medische beperkingen.
Daarnaast werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellante en werd het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het besluit van het UWV tot weigering van de WAZ-uitkering wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen.