ECLI:NL:CRVB:2006:AV2075
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij intrekking bijstandsbesluit
Appellante stelde hoger beroep in tegen het besluit van het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam om haar recht op bijstand in te trekken per 1 september 2003, omdat zij onvoldoende inlichtingen had verstrekt over haar woonsituatie. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond. Vervolgens trok de gemeente Rotterdam bij besluit van 10 januari 2006 het eerdere besluit tot intrekking in, waardoor de uitkering feitelijk werd gecontinueerd.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat hiermee geheel aan de grieven van appellante was tegemoetgekomen en dat er geen ander rechtens relevant belang meer bestond bij een beoordeling van het hoger beroep. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.
Daarnaast veroordeelde de Raad de gemeente Rotterdam tot vergoeding van de proceskosten van appellante, begroot op €644,--, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van €139,--. De uitspraak werd gedaan door mr. Th.C. van Sloten op 14 februari 2006.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na intrekking van het besluit tot intrekking van de bijstandsuitkering.