ECLI:NL:CRVB:2006:AV2043
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende duidelijke oproeping medisch onderzoek
Appellant, met een WAO-uitkering en woonachtig in Italië, werd opgeroepen voor een medisch onderzoek in Nederland. Gedaagde, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), trok de WAO-uitkering in omdat appellant niet aan deze oproeping voldeed. De Raad oordeelt dat de oproeping onvoldoende duidelijk en concreet was, omdat geen plaats en tijd werden vermeld en de mogelijke sancties niet werden aangegeven.
De Raad bevestigt dat gedaagde zich ten onrechte op artikel 36a van de WAO heeft gebaseerd voor de intrekking. Het eerdere besluit tot schorsing van de uitkering werd door de Raad ook al vernietigd omdat appellant niet te verwijten viel dat hij niet naar Nederland kon reizen voor het onderzoek.
Verder constateert de Raad een schending van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, maar laat de gevolgen daarvan over aan de burgerlijke rechter. De Raad veroordeelt het Uwv tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Het beroep tegen het besluit tot intrekking wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd. Het beroep tegen het andere besluit wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende duidelijke oproeping voor medisch onderzoek.