ECLI:NL:CRVB:2006:AV2037
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.Th. Wolleswinkel
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Intrekking met terugwerkende kracht van onverschuldigd toegekend wachtgeld niet in strijd met rechtszekerheid
Appellante, voormalig baliemedewerkster, werd ontslagen wegens het niet succesvol afronden van een opleiding. Na diverse procedures werd vastgesteld dat zij geen aanspraak had op wachtgeld. Ondanks dat kende de gedaagde het wachtgeld toe, waarna dit later met terugwerkende kracht werd ingetrokken en teruggevorderd.
De Raad oordeelde dat de intrekking en terugvordering van het wachtgeld niet in strijd is met de wet of het rechtszekerheidsbeginsel. Het besluit van toekenning was immers gebaseerd op een vernietigde uitspraak, waardoor de grondslag voor het wachtgeld verviel.
Verder werd geoordeeld dat de terugvordering binnen de wettelijke termijnen en op redelijke wijze is uitgevoerd, inclusief de mogelijkheid tot een betalingsregeling. De Raad vond geen aanleiding om het beroep van appellante toe te wijzen en bevestigde de eerdere uitspraak.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking en terugvordering van het wachtgeld wordt bevestigd.