ECLI:NL:CRVB:2006:AV1670
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- M.C.M. van Laar
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidskundige grondslag bij WAO-uitkeringsherziening
Gedaagde ontvangt sinds 1982 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. In 2000 besloot het UWV de uitkering ongewijzigd voort te zetten. Tijdens bezwaarprocedure stelde het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid per 3 juli 2001 bij, wat gedaagde betwistte. De rechtbank verklaarde het beroep van gedaagde gegrond en vernietigde het besluit vanwege onvoldoende actualiteitscontrole van de functies waarop de schatting was gebaseerd.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt anders en stelt dat het UWV terecht een heroverweging heeft gemaakt en dat het bestreden besluit in rechte stand kan houden. De Raad acht de medische beoordeling juist en vindt dat het arbeidskundig rapport van november 2002 voldoende actualiteitscontrole bevat, waardoor de functies met hun specifieke kenmerken op de arbeidsmarkt aanwezig waren.
De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van het UWV ongegrond. Hiermee wordt bevestigd dat het besluit tot voortzetting van de WAO-uitkering op een juiste juridische en feitelijke grondslag berust.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt in stand gelaten en het hoger beroep van het UWV wordt ongegrond verklaard.