ECLI:NL:CRVB:2006:AV1645
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- M.C.M. van Laar
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening AAW/WAO-besluit ondanks nieuw medisch feit
Appellante, voormalig speeltuinleidster, vroeg herziening van een besluit uit 1994 waarbij haar AAW/WAO-uitkering werd geweigerd omdat zij toen minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. Zij overlegde medische verklaringen van een neuroloog die stelde dat destijds een cervicale myelopathie niet kon worden vastgesteld vanwege ontbrekende diagnostische middelen.
De rechtbank had al geoordeeld dat er sprake was van nieuw gebleken feiten in de zin van artikel 4:6 Awb Pro, maar dat het oorspronkelijke besluit niet onrechtmatig was. In hoger beroep stelde appellante dat de beperkingen destijds te licht waren vastgesteld. Het UWV betoogde dat hoewel er sprake was van een nieuw medisch feit, dit geen nieuwe relevante feiten of omstandigheden opleverde die een wezenlijk andere beoordeling rechtvaardigen.
De Raad overwoog dat het bestuursorgaan bevoegd is om een verzoek tot herziening inhoudelijk te behandelen, maar dat toetsing niet gelijk mag zijn aan die van een oorspronkelijk besluit. De Raad bevestigde het bestreden besluit en oordeelde dat het UWV niet onredelijk handelde door niet terug te komen op het besluit van 1994. Er was geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van het AAW/WAO-besluit uit 1994 wordt afgewezen en het bestreden besluit bevestigd.