ECLI:NL:CRVB:2006:AV1101
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als textielsorteerster, meldde zich ziek met diverse klachten waaronder rug- en beenklachten en psychische overspannenheid. De verzekeringsarts stelde beperkingen vast en selecteerde passende functies, waaruit bleek dat haar verlies aan verdiencapaciteit minder dan 15% bedroeg per einde wachttijd. Gedaagde weigerde daarom een WAO-uitkering toe te kennen, wat door de rechtbank werd bevestigd.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar psychische beperkingen werden onderschat en dat onvoldoende informatie was ingewonnen bij haar behandelend arts. Tevens betwistte zij de actualiteit en aanvaardbaarheid van de gesignaleerde overschrijdingen van belastbaarheid bij de voorgestelde functies.
De Raad oordeelde dat de medische beoordeling juist was en dat de belastbaarheid van de functies aanvaardbaar was, behalve voor de functie modinette. Deze functie kon niet worden betrokken bij de schatting vanwege onvoldoende actuele gegevens en onaanvaardbare overschrijdingen. Ook met reductie van functies bleef het verlies aan verdiencapaciteit onder 15%. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid.