ECLI:NL:CRVB:2006:AV1096
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks betwisting medische en taalkundige geschiktheid
Appellant, voormalig materieelverzorger bij de Nederlandse Spoorwegen, kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering toegekend van 80% of meer arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling werd deze uitkering per 17 april 2002 vastgesteld op 25-35%. Appellant stelde in hoger beroep dat hij medisch zwaarder beperkt was en dat de aan hem voorgehouden functies niet passend waren vanwege zijn beperkte beheersing van de Nederlandse taal.
De Raad overwoog dat de medische situatie op de datum van 17 april 2002 bepalend is en dat nieuwere medische rapporten buiten beschouwing blijven omdat deze de actuele situatie beschrijven. De Raad vond onvoldoende aanwijzingen voor een situatie zonder duurzaam benutbare mogelijkheden en nam mee dat appellant zelfstandig naar Nederland kon reizen voor de zitting.
Ten aanzien van de taalvaardigheid stelde de Raad vast dat de voorgehouden functies eenvoudige productiewerkzaamheden betreffen waarvoor geen volledige beheersing van de Nederlandse taal vereist is. De Raad concludeerde dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigde de eerdere uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 25-35% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.