ECLI:NL:CRVB:2006:AV1085
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering WAO-uitkering wegens onjuiste opgave inkomsten
Gedaagde, een metselaar die sinds 1985 een WAO-uitkering ontving wegens astmatische bronchitis, werd geconfronteerd met terugvordering van onverschuldigd betaalde uitkeringen nadat bleek dat hij inkomsten uit arbeid niet had opgegeven. De rechtbank Breda had het beroep van gedaagde gegrond verklaard en de terugvordering vernietigd, omdat de verklaring van de werkgever onvoldoende was om de hoogte van de inkomsten vast te stellen.
In hoger beroep stelt de Centrale Raad van Beroep dat de urenbriefjes representatief zijn en dat verklaringen van uitvoerders aantonen dat de ploeg van gedaagde een volwaardige arbeidsprestatie leverde. Ondanks tegenstrijdige verklaringen van collega’s, acht de Raad aannemelijk dat gedaagde een evenredige bijdrage leverde en dat de terugvordering terecht is.
De Raad concludeert dat appellant terecht het onverschuldigd betaalde bedrag terugvordert op grond van toedoen van gedaagde, die geen juiste opgave van zijn inkomsten heeft gedaan. De eerdere uitspraak wordt vernietigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van de WAO-uitkering wordt ongegrond verklaard en het eerdere vonnis vernietigd.