ECLI:NL:CRVB:2006:AV1078
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep en proceskostenveroordeling in WAO-uitkeringszaak
Appellante had bezwaar gemaakt tegen het intrekken van haar WAO-uitkering, welke was gebaseerd op een vermindering van haar arbeidsongeschiktheid tot minder dan 15%. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep werd een nieuwe beslissing genomen waarbij het bezwaar gegrond werd verklaard en de arbeidsongeschiktheid van appellante onveranderd werd vastgesteld op 80 tot 100%.
Naar aanleiding hiervan gaf de gemachtigde van appellante aan dat er geen belang meer was bij een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep en verzocht om veroordeling van gedaagde in de proceskosten en griffierechten. De Raad besloot het onderzoek ter zitting achterwege te laten en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk.
De Raad veroordeelde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tot vergoeding van de proceskosten van appellante, begroot op € 644,-- voor rechtsbijstand en € 41,80 voor psychiatrische informatie, tezamen € 685,80. Tevens werd bepaald dat het betaalde griffierecht van € 139,-- aan appellante wordt vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard en het UWV is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.