ECLI:NL:CRVB:2006:AV1072
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar correctie- en boetenota's wegens overschrijding termijn
Appellante, een onderneming actief in juridisch en verzekeringsadvies, voerde een premiespaarregeling zonder werknemersbijdrage. Na een looncontrole stelde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) correctienota's en boetenota's op wegens het niet doen van verplichte loonopgaven. De rechtbank had het bezwaar tegen deze nota's ontvankelijk verklaard en inhoudelijk getoetst, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het bezwaar tegen de correctienota's niet tijdig is ingediend en dus niet-ontvankelijk is.
De Raad bevestigt dat appellante zich als werkgever bewust had moeten zijn van haar verplichtingen en dat de boetenota's van 25% terecht zijn opgelegd wegens grove schuld. Hoewel appellante zich beter thuisvoelt in boekhouden dan in complexe regelgeving, ontslaat dit haar niet van de naleving van de wet. De Raad wijst het beroep tegen de boetenota's af en benadrukt dat er geen sprake is van kwade trouw.
Verder veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en betaalde rechten. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover deze het bezwaar ontvankelijk had verklaard en inhoudelijk had getoetst. De boetenota's blijven gehandhaafd en er is geen grond voor een compromis of kwijtschelding.
Uitkomst: Bezwaar tegen correctienota's niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding bezwaartermijn; boetenota's van 25% bevestigd wegens grove schuld.