ECLI:NL:CRVB:2006:AV1053
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WUV-uitkering wegens ontbreken vervolging en anti-hardheidsbepaling niet van toepassing
Eiser, geboren in 1935 in het voormalige Nederlands-Indië, vroeg in februari 2004 een WUV-uitkering aan als vervolgde in de zin van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. Verweerster wees de aanvraag op 1 juli 2004 af omdat niet was gebleken dat eiser vervolging had ondergaan zoals bedoeld in de Wet.
De Raad overwoog dat onder vervolging wordt verstaan vrijheidsberoving door de vijandelijke bezettende macht op grond van ras, geloof, wereldbeschouwing, homoseksualiteit of Europese afkomst, met verblijf in concentratiekampen of gevangenissen waar het leven werd bedreigd. Uit de gegevens bleek niet dat eiser in een dergelijk kamp had verbleven.
Ook de anti-hardheidsbepaling, die gelijkstelling mogelijk maakt bij omstandigheden die overeenkomen met vervolging, werd niet toegepast. Verweerster hanteert een richtlijn dat gelijkstelling kan plaatsvinden als een ouder tijdens de oorlogsjaren door vervolging is omgekomen, maar de vader van eiser was na krijgsgevangenschap met het gezin herenigd. Er waren geen andere omstandigheden die gelijkstelling rechtvaardigden.
Daarom kon het bestreden besluit in stand blijven en werd het beroep ongegrond verklaard. De Raad kende geen proceskostenvergoeding toe.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de weigering van de WUV-uitkering wordt ongegrond verklaard.