ECLI:NL:CRVB:2006:AV1050

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
26 januari 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
05-157 WUV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • G.L.M.J. Stevens
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 BeroepswetArt. 8:55 AwbArt. 8:75 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens overschrijding termijn afgewezen

Opposante had beroep ingesteld tegen een besluit van de Pensioen- en Uitkeringsraad, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet tijdig was ingediend. Tegen deze niet-ontvankelijkverklaring heeft opposante verzet aangetekend. Dit verzet werd behandeld op zitting, waar opposante niet verscheen, maar de geopposeerde werd vertegenwoordigd.

De Raad heeft vastgesteld dat opposante in haar verzet geen nieuwe gronden heeft aangevoerd die het eerdere oordeel over de overschrijding van de beroepstermijn kunnen wijzigen. De redenen die zij aanvoerde, konden niet worden aangemerkt als omstandigheden die een verzuim rechtvaardigen. Daarom is het verzet ongegrond verklaard.

De Raad heeft geen aanleiding gezien om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, dat in uitzonderlijke gevallen een herstel van termijn kan toestaan. Het vonnis is uitgesproken door rechter Stevens in aanwezigheid van griffier Schieveen op 26 januari 2006.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens overschrijding van de beroepstermijn is ongegrond verklaard.

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R
05/157 WUV
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 17 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:
[opposante], wonende te [woonplaats] (Indonesië), opposante
en
de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad, geopposeerde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
De Raad heeft bij uitspraak van 31 maart 2005 het door opposante ingestelde beroep tegen een ten aanzien van haar door geopposeerde genomen besluit van 17 december 2003 niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het beroepschrift niet tijdig bij de Raad is ingediend.
Tegen die uitspraak heeft opposante verzet gedaan bij brief van 11 juli 2005, welke op 12 juli 2005 bij de Ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden en op 20 juli 2005 bij de griffie van de Raad is ontvangen.
Het verzet is behandeld ter zitting van 15 december 2005. Daar is opposante niet verschenen. Geopposeerde heeft zich ter zitting doen vertegenwoordigen door mr. T.R.A. Dircke, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.
II. MOTIVERING
De Raad stelt vast dat opposante in verzet geen gronden naar voren heeft gebracht die tot gegrondverklaring van het verzet dienen te leiden.
Hiertoe heeft de Raad overwogen, dat hetgeen opposante in verzet aanvoert niet afdoet aan de overweging in bovengenoemde uitspraak dat de door opposante opgegeven redenen van overschrijding van de beroepstermijn niet kunnen worden aangemerkt als omstandigheden op grond waarvan redelijkerwijs zou moeten worden geoordeeld dat opposante niet in verzuim zou zijn geweest.
Met toepassing van artikel 8:55 van Pro de Awb wordt daarom beslist zoals hierna in rubriek III is aangegeven.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Aldus gegeven door mr. G.L.M.J. Stevens, in tegenwoordigheid van J.P. Schieveen als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 26 januari 2006.
(get.) G.L.M.J. Stevens.
(get.) J.P. Schieveen.