ECLI:NL:CRVB:2006:AV1035
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wegens onvoldoende bewijs oorlogsgeweld
Eiseres, geboren in 1941 in het voormalige Nederlands-Indië, heeft in november 2004 een aanvraag ingediend om erkend te worden als burger-oorlogsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945. Zij stelde gezondheidsklachten te hebben opgelopen door haar oorlogservaringen, waaronder het overlijden van haar moeder tijdens een vlucht.
Verweerster heeft het verzoek afgewezen omdat niet is voldaan aan de voorwaarden van artikel 2, eerste lid, van de Wet. De Raad stelde vast dat algemene oorlogsomstandigheden, zoals de ontwrichting van het gezinsleven en de armoede tijdens de Japanse bezetting en de Bersiapperiode, niet kwalificeren als oorlogsgeweld in de zin van de Wet. Ook het overlijden van de moeder wordt niet als oorlogscalamiteit aangemerkt.
Het onderzoek van verweerster, inclusief getuigenverklaringen, leverde geen bewijs op van directe levensbedreigende omstandigheden of gericht geweld tegen eiseres of haar gezin. Daarom kon de erkenning niet worden toegekend. De Raad oordeelde dat het bestreden besluit in stand kan blijven en wees een vergoeding van proceskosten af.
De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 26 januari 2006, waarbij het beroep van eiseres ongegrond werd verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van erkenning als burger-oorlogsslachtoffer blijft in stand.