ECLI:NL:CRVB:2006:AV1032
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- R. Kooper
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Onvoorwaardelijk ontslag van hoofdagent wegens toe-eigening banden en velgen bevestigd
De zaak betreft het hoger beroep van de Korpsbeheerder van de politieregio Limburg-Noord tegen een uitspraak van de rechtbank Roermond, die het ontslag van een hoofdagent wegens plichtsverzuim vernietigde. De hoofdagent had zich toeëigening van banden en velgen van een auto onder politiebeheer verweten gekregen, naast twee andere plichtsverzuimen.
De rechtbank had geoordeeld dat het ontslag voor de toe-eigening van banden en velgen terecht was, maar dat de straf voor de overige gedragingen te zwaar was en dat het ontslag als ultimum remedium te zwaar woog. De Raad toetste in hoger beroep alleen de proportionaliteit van het ontslag ten aanzien van de banden- en velgenkwestie.
De Raad oordeelde dat het voor een ervaren politieman duidelijk had moeten zijn dat de toe-eigening ongeoorloofd was, ook al ontkende de sloper toestemming te hebben gegeven. Het feit dat de auto nog onder politiebeheer stond maakte de handelwijze onrechtmatig. De Raad verwierp ook het argument dat een cultuur van tolerantie binnen de basiseenheid Gennep de verwijtbaarheid zou verminderen.
De Raad concludeerde dat het plichtsverzuim ernstig was en dat het ontslag niet onevenredig was, ook rekening houdend met de staat van dienst van de hoofdagent. De overige plichtsverzuimen liet de Raad buiten beschouwing. Het beroep van de hoofdagent werd ongegrond verklaard en de vernietiging van het ontslagbesluit door de rechtbank werd teruggedraaid.
Uitkomst: Het onvoorwaardelijk ontslag van de hoofdagent wegens toe-eigening van banden en velgen wordt bevestigd als niet onevenredig.