ECLI:NL:CRVB:2006:AV0807
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering en terugvordering onverschuldigde betaling
Appellante, werkzaam als trainer-coach, werd na een verkeersongeval ziek gemeld en vroeg een WAO-uitkering aan. Gedaagde weigerde deze uitkering omdat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt was na afloop van de wachttijd. Zowel de primaire verzekeringsarts als de bezwaarverzekeringsarts stelden vast dat appellante in staat was passende arbeid te verrichten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij werd meegewogen dat de medische rapporten geen aanleiding gaven tot twijfel over de vastgestelde belastbaarheid. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar lichamelijke beperkingen onvoldoende waren meegewogen en verzocht om een onafhankelijk KNO-arts.
De Raad oordeelde dat de bestaande medische stukken voldoende waren en dat de beperkingen niet medisch geobjectiveerd waren. De arbeidskundige beoordeling werd eveneens bevestigd. De Raad concludeerde dat appellante geen recht had op de WAO-uitkering en dat de terugvordering van onverschuldigd betaalde uitkering terecht was. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering en de terugvordering van onverschuldigd betaalde uitkering.