ECLI:NL:CRVB:2006:AV0794
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.G. Kasdorp
- H.R. Geerling-Brouwer
- G.F. Walgemoed
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bezwaar tegen vaststelling vermogen voor uitkering vervolgingsslachtoffers
Eiser, een vervolgingsslachtoffer uit de Tweede Wereldoorlog, maakte bezwaar tegen de vaststelling van zijn vermogen dat gebruikt werd voor de berekening van zijn periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945.
Verweerster, de Pensioen- en Uitkeringsraad, had het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat er geen nieuw of nader besluit was genomen bij de berekeningsbeslissing van 30 november 2004. De Raad onderschrijft dit standpunt en stelt dat de omvang van het vermogen al eerder was vastgesteld en duidelijk was weergegeven in de berekeningsbeslissing van 29 februari 2004.
Eiser stelde dat hij niet adequaat was geïnformeerd over de omvang van het vermogen bij eerdere beslissingen, maar de Raad oordeelde dat hij voldoende informatie had ontvangen. De Raad wijst het beroep af en bevestigt dat eiser vrij staat een verzoek tot herziening in te dienen.
De uitspraak werd gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 12 januari 2006, waarbij het beroep ongegrond werd verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het niet-ontvankelijk verklaren van zijn bezwaar wordt ongegrond verklaard.