ECLI:NL:CRVB:2006:AV0786
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.G. Kasdorp
- H.R. Geerling-Brouwer
- G.F. Walgemoed
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering uitkering op grond van Uitkeringsreglement Rechtsherstel Sinti en Roma wegens onvoldoende verblijf in Nederland tijdens WOII
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een uitkering als plaatsvervanger van haar moeder op grond van het Uitkeringsreglement individuele uitkeringen Stichting Rechtsherstel Sinti en Roma. Deze aanvraag werd door het bestuur afgewezen omdat niet aannemelijk was dat de moeder tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland verbleef.
De rechtbank ’s Hertogenbosch heeft deze afwijzing bevestigd, en de Centrale Raad van Beroep heeft dit oordeel in hoger beroep gevolgd. De Raad oordeelde dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat appellante onvoldoende bewijs heeft geleverd van het verblijf van haar moeder in Nederland gedurende de oorlog.
De Raad achtte het van belang dat de moeder in België is geboren en dat haar moeder (de grootmoeder) voor die datum naar België was vertrokken, aldaar trouwde en haar kinderen grotendeels in België zijn geboren. Ook een uittreksel uit de gemeentelijke basisadministratie van Utrecht, waaruit bleek dat de grootmoeder tot juli 1943 in die gemeente stond ingeschreven, kon niet overtuigen vanwege de onbetrouwbaarheid van gegevens bij woonwagenbewoners.
De Raad bevestigt daarom het besluit van het bestuur en de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de uitkering wegens onvoldoende bewijs van verblijf in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog.